Je zou vreemd opkijken bij die kreet. Kunnen planten achter
je aan zitten? Kunnen planten je vastpakken? En, nu we het er tóch over hebben,
wat kunnen planten nog meer? Daarover vertellen STEFANO MANUSCO en ALESSANDRA
VIOLA in een heel leuk boek.

“Planten hebben toch geen handen en geen voeten?” zul je
roepen, “ze hebben toch geen oren, ogen of een neus?” maar… misschien hebben ze
die ook helemaal niet nodig.

Práten met je planten, daar zweren sommigen bij. Maar planten
hebben toch geen oren? Uit proeven is gebleken dat planten gevoelig zijn voor
geluid. De plantenwortels kunnen geluidstrillingen waarnemen die in de grond
altijd aanwezig zijn. Een soort disco die nooit stopt. Ze kunnen er ook op
reageren: sommige trillingsfrequenties vinden ze aantrekkelijk, daar groeien ze
naartoe, andere frequenties vinden ze maar niks, die ontwijken ze liever.

En dan nu de zonnebloem,
in het Frans le tournesol, die zich altijd in de richting van de zon draait. Net
zoals ook de kamerplant aan het raam zoekt hij het licht op: als je hem niet
regelmatig omdraait groeit hij helemaal in één richting. Hij wil maar één kant
uit: naar het licht! Een plant heeft geen ogen, maar kan wel licht waarnemen. Hij
weet uit welke richting dat komt, én welk licht voor hem het beste is.

Een plant met een neus zoals wij – die zul je niet
tegenkomen. Toch zijn onderzoekers aan de weet gekomen dat planten niet alleen
geuren kunnen máken – dat wist jij ook al lang – maar ook geuren kunnen
waarnemen. Geuren zijn chemische stofjes die de lucht in worden gestuurd.
Planten maken geuren om insecten naar hun bloemen te lokken, maar ook om
planteneters af te schrikken: bah wat vies…. Planten die last hebben van stress
kunnen dat laten weten: “Met mij gaat het niet zo goed…” Ze maken een stofje
dat ongedierte verjaagt, of zelfs vergiftigt.

Ook hebben planten cellen die geuren kunnen waarnemen, kunnen
“ruiken” .

Plantenwortels zijn kleine wondertjes. Worteltopjes proeven
waar de voedzaamste stoffen in de bodem zitten. Daar gaan dan héél veel wortels
groeien, zodat de plant groot en sterk wordt. Voelen de worteltopjes een
hindernis in de grond, dan vinden ze feilloos een betere weg. Maar niet alleen
de wortels van een plant hebben gevoel.

Ken je het kruidje-roer-me-niet?
De naam zegt het al: “raak me niet aan”. Wat gebeurt er als je het tóch doet? In
de bladeren van het kruidjeroermeniet zitten celletjes die voelen als ze
worden aangeraakt. Floep, de blaadjes klappen onmiddellijk in elkaar. Wat wil
de plant daarmee vertellen? “Ik ben helemaal niet lekker…”, of: “Pas op, ik ben
giftig hoor!” Het wonderlijke
is dat het plantje de blaadjes alleen maar in elkaar klapt als er een gevaar
dreigt. Als ze worden aangeraakt door de regen of de wind laat het kruidjeroermeniet zich niet foppen, dan doen de
blaadjes helemaal niets.

Het kan nog spannender! De zonnedauw heeft kleine insectenvalletjes, waar heerlijk zoete
druppels op zitten. Als een argeloze vlieg daarvan wil snoepen, klapt het
valletje dicht en wordt door de plant verteerd.

En dan nu de pronkbonen.
Zij hebben kleine “armpjes”. Alles wat ze tegenkomen grijpen ze vast, en zo
werken ze zich al groeiend de hoogte in, zonder een stam nodig te hebben. Dit
noemen we klimplanten.

Zo, nu weten we dat planten ook intelligent kunnen zijn. Dat
ze kunnen zien, horen of voelen, maar dan op een heel andere manier dan wij dat
doen. En dat gebeurt ook op heel andere plekken: onze ogen, oren, mond en neus
zitten dicht bij elkaar in het hoofd, maar de celletjes waarmee planten licht
of geluid kunnen waarnemen, of een aanraking kunnen voelen, zijn overal in de
plant: in de bladeren en de bloemen, in de stengel of de wortelcellen. Als een
dier er een hapje uit neemt, is dat helemaal niet zo erg.

Heb je een plant in jouw kamer, of misschien wel een eigen
tuintje, dan weet je nu dat deze planten véél meer kunnen dan je had gedacht.