Mensen willen hun verleden kennen. In de leefomgeving is dat
verleden vaak nog tastbaar aanwezig, denk aan oude woorden uit de moedertaal of
aan benamingen van percelen, beken of wegen. De Galgenberg in Neeritter was de plek waar in een ver verleden de veroordeelden
werden gehangen, in de Mortel in
Ittervoort werd ooit zand gewonnen. Zonder ons daarvan bewust te zijn, leven we
midden in de geschiedenis.

Hebben we er iets aan om dat verleden te kennen? Kunnen we
daar iets van leren? Kunnen we die kennis gebruiken, bijvoorbeeld bij het nemen van beslissingen in deze tijd?

Wat moeten we met de kennis van het verleden? Moeten we
proberen om alles te onthouden, alles vast te houden?

Er zijn verschillende manieren om naar de geschiedenis te
kijken. In het boekje “Snelweg naar Rome”
(2013, Amsterdam)
buigen enkele jonge historici zich over het nut van de
geschiedschrijving. Kun je in dat verleden een systeem ontdekken? Kun je met
dat systeem ook de toekomst voorspellen?

Moderne historici geven aan dat de geschiedenis ons leert dat
je de toekomst juist níet kunt voorspellen. De toekomst is altijd open, die
openheid moeten we ook in het verleden zoeken. Hier is een duidelijk voorbeeld
van te geven uit de Tweede Wereldoorlog. Toen de eerste krijgsgevangenen bij de
Zonhoeve in Neeritter aankwamen in 1940, kon de familie van Neer van de Vin nog
niet vermoeden dat hun boerderij een belangrijke schakel in de pilotenlijn zou
worden. Met deze gedachte blijvend in het achterhoofd kan naar de ontwikkelingen
worden gekeken, iedereen handelde vanuit de situatie op dat moment.

Twee opeenvolgende jaren heeft een werkgroep in Neeritter een
belevingstocht georganiseerd met de middeleeuwen als thema: terug in de tijd
toen Neeritter onderdeel was van de Drie
Eigen
, evenals Kessenich (B) en Thorn, een aantal jaren onder de vlag van
de familie Van Heinsberg. Bij het ontwikkelen van het thema diende zich de vraag
aan: hoe kijk je naar de Middeleeuwen? Janna Coomans schreef hierover een
artikel in bovengenoemd boek. Zij benoemt twee manieren waarop je naar de
Middeleeuwen kunt kijken.

Je kunt die tijd spiegelen aan de onze, met de nadruk op het
wrede, het smerige of het exotische. Een tijd die een romantisch beeld zou
kunnen oproepen: geen industrie, alle ruimte voor de natuur. Een tijd waarin de
intermenselijke verhoudingen klip en klaar waren, een patriarchale samenleving
met de hoofdrollen voor de adel en de kerk. Er zijn veel bekende vertellingen
en games die binnen dit kader spannende en populaire verhalen presenteren. “The Lord of the Rings” door Tolkien of “Games of Thrones” zijn wereldwijd heel gewild
bij het publiek, zij steken in op een middeleeuwse wereld die helemaal vreemd
is aan de onze.

Je kunt ook het verleden benaderen door te kijken naar overeenkomsten.
Hoe was toen het leven van de gewone mensen in hun alledaagse werkelijkheid?
Een van de grote Nederlandse pleitbezorgers voor meer onderzoek naar het
dagelijks leven van de gewone mensen in de Middeleeuwen is Peter Raedts. Hij is
van mening dat in het onderzoek van nu te veel het accent ligt op zaken die
zich afspeelden in de marge van de tijd of binnen kleine extravagante
minderheden.

Kunnen wij ons verbonden voelen met de gewone middeleeuwse
mens die leefde in onze streken? Met zijn emoties, zijn alledaagse
beslommeringen en de zorg voor elkaar? In het thema van de belevingstocht:
verbonden met de kruidenvrouw die haar kennis doorgeeft in de zorg voor het
welzijn van het dorp, met de turfstekers, de wasvrouwen of de boeren? Met de
kinderen, die het nieuws al vooruit snellen? Met de bruine paters, die zich
vasthouden aan de oeroude rituelen en zekerheden van het geloof in hun gezang?
Anderzijds, kunnen we ook de zorg van de adel invoelen om hun aan
familiebezittingen en machtsposities vast te houden of deze zelfs groter te
maken? Om macht en kennis alleen op díe plaats te houden waarvan zij van jongs
af aan hebben geleerd dat ze thuis zouden moeten horen?

Tenslotte dient de vraag zich aan wat het publiek met een
uitbeelding van de Middeleeuwen kan. Wat leren mensen hiervan? Deze vraag kan
de werkgroep natuurlijk niet beantwoorden. In elk geval heeft de belevingstocht
verbondenheid gebracht in de dorpsgemeenschap; een verbondenheid waarvan wij
vermoeden dat die ook in de middeleeuwse samenleving aanwezig en noodzakelijk
was, en door alle acteurs en medewerkers zichtbaar is gemaakt.

De toekomst is open, maar onderlinge verbondenheid kan de
toekomst wél een duwtje in de goede richting geven.