Blog Image

Edumare

DRAAI DE VERREKIJKER OOK EENS OM

Kijk je door een verrekijker dan zie je alles dichterbij.
Dat is leuk.
Maar draai daarna de verrekijker ook eens om, zodat je alles van veraf nóg eens kunt bekijken, maar dan nét een beetje anders.

HELP! EEN MOEDER IN HET KOREN…

natuur Posted on 27 May, 2018 15:33:19

MOEDERKOREN

Op een Assyrisch kleitablet – zo’n 3000 jaar oud, werd
geschreven over slachtoffers die ledematen verloren, de meest verschrikkelijke
hallucinaties kregen of krankzinnig werden. Zwangere vrouwen kregen miskramen
en veel mensen stierven.

In heel Europa, 1000 jaar geleden, sprak men van een
epidemie. Alleen al in Parijs werd een aantal genoemd van
40.000 slachtoffers, allemaal vergelijkbaar met de bovenstaande
symptomen.

Zelfs nog in 1951 vielen in Frankrijk 7 doden, werden 50
mensen opgenomen in een psychiatrische kliniek en moesten 250 mensen worden
behandeld, omdat één boer, één molenaar en één bakker niet goed had opgelet.

Wat was hier toch aan de hand? Wel, al die mensen hadden
roggebrood gegeten, waarvan het meel besmet was met moederkoren. Dit was geen graan, of koren, maar de
levensgevaarlijke schimmel Claviceps purpurea, die vooral van rogge houdt.
Deze schimmel maakt zeer giftige stofjes aan. De molenaar kan het nauwelijks
zien, want de schimmel maakt een zwammetje, dat precies lijkt op een
graankorrel. Het zijn zwarte uitsteekseltjes in de korenaar. Deze schimmel
maakt zeer giftige stofjes aan, enkele grammen al hebben grote gevolgen.

Tegenwoordig komt moederkoren niet veel meer voor. In de
landbouw worden de schimmels met chemische middelen bestreden. De biologische
rogge wordt goed geschoond en er wordt ook gekozen voor soorten die minder
gevoelig zijn voor deze schimmel.

Willy Moors, Schouwsmolen Ittervoort.



NACHTELIJK VERKEER IN HET VIJVERBROEK

natuur Posted on 20 Dec, 2016 19:51:13

In de nachtelijke uren is het
druk in het Vijverbroek. Niet dat het mijn gewoonte is daar ’s nachts rond te
dolen, maar er zijn allerlei individuen die, zonder het zelf in de gaten te
hebben, hun sporen achterlaten.

In het natte maisveld, waar de
ploeg nog niet is geweest, staan de pootafdrukken van het wilde zwijn. Even
dacht ik dat er een wezen met vier tenen had gelopen, maar daar kwam een
verklaring voor. Het zwijn drukt zijn achterpoten precies op de plek van de voorpoten
bij de vorige stap, dat betekent minder risico bij een zachte ondergrond. Een
volwassen dier kan toch al gauw 150 kg wegen.

Mocht er nog twijfel zijn over
de vermeende aanwezigheid, de poep, in de vorm van aan elkaar geregen zwarte
schijfjes, bevestigt hun nachtelijke tocht.

Over poep gesproken, in
hetzelfde veld verraden ronde keuteltjes de konijnen. Zij waren hier vast om de
zon op te zien komen.

Afgekloven stammen, in de vorm
van een potlood, zorgvuldig geschild met twee messcherpe voortanden… juist, de
bever. Hij heeft de afgelopen nacht weer
hard gewerkt om een geul in zijn dam te dichten met hout en modder. De natte
klei blinkt in het licht dat door de bomen valt. Het vellen van een grote boom
is voor hem een koud kunstje. In het bos komen hierdoor open plekken, waar weer
andere planten kunnen groeien, en zich andere dieren kunnen vestigen. Goed voor
de soortenrijkdom.

De bever is een knappe architect,
de veel geroemde Nederlandse deltawerken verbleken bij zijn kunstige burcht. Hij
bouwt in zijn burcht een natte en een droge kamer. In de natte kamer leert hij
de jongen zwemmen, veilig voor roofvissen zoals de snoek. Ook schudt hij er
zijn vacht uit, voor hij de droge nestkamer betreedt. De ingang van de burcht
is onder water. In het moeras zijn de wissels duidelijk te zien, een soort
paadjes waar hij in of uit het water komt. Verse sporen vertellen dat hij er
pas nog is geweest.

Een bever sjouwt de hele nacht
rond op zoek naar voedsel: twijgen en boomschors in de winter, ’s zomers kruiden, planten en scheuten
van jonge waterplanten. Voor de winter legt hij een voorraadje takken aan,
dicht bij de ingang van de burcht. Hem kan niets gebeuren. Nou ja, niets, dat
is een beetje veel gezegd. De komst van een andere mannetjesbever kan ontaarden
in een gevecht op leven en dood.

De tocht gaat verder. Sporen van
het ree, smal, gezet met fijngebouwde teentjes, met ook de keuteltjes her der,
laten zien dat ook zij van de partij zijn geweest. Kieskeurig als ze zijn,
zullen ze lekker aan de door hen zorgvuldig uitgekozen blaadjes of kruiden
hebben geknabbeld.

Voetsporen van het everzwijn
leiden naar een afdak van takken en struweel. Tussen de stammen is de plek te
zien waar een everzwijn tegen een ontblote boomwortel aanschurkt, niet één
keer, maar telkens weer. Het hout is erdoor gepolijst.

Je kunt de zwijnen heel
goed ruiken, een typische geur van gerookte hesp hangt boven de omgewoelde
grond. Hier is het blijkbaar goed modderbaden.

Dan pas zie ik het aangrenzende
weiland: omgeploegd door zwijnensnuiten, op zoek naar… ja, naar alles,
eigenlijk. Ze eten zaden, knollen, gewassen. Maar ook kevers, wormen of kleine
dieren. Ze woelen de grond om, op deze plekken krijgen plantenzaden weer een
kans om te gaan groeien.

De vele sporen verraden de aanwezigheid
van allerlei dieren in de afgelopen nacht of ochtendschemering.

Dit was het thema van een
wandeling die werd georganiseerd door Natuurpunt. Een woord van dank aan Jos de
la Haye, maar ook aan alle anderen die
hun kennis met ons wilden delen.



Kun je het verleden beleven?

geschiedenis Posted on 26 Jul, 2016 13:34:42

Mensen willen hun verleden kennen. In de leefomgeving is dat
verleden vaak nog tastbaar aanwezig, denk aan oude woorden uit de moedertaal of
aan benamingen van percelen, beken of wegen. De Galgenberg in Neeritter was de plek waar in een ver verleden de veroordeelden
werden gehangen, in de Mortel in
Ittervoort werd ooit zand gewonnen. Zonder ons daarvan bewust te zijn, leven we
midden in de geschiedenis.

Hebben we er iets aan om dat verleden te kennen? Kunnen we
daar iets van leren? Kunnen we die kennis gebruiken, bijvoorbeeld bij het nemen van beslissingen in deze tijd?

Wat moeten we met de kennis van het verleden? Moeten we
proberen om alles te onthouden, alles vast te houden?

Er zijn verschillende manieren om naar de geschiedenis te
kijken. In het boekje “Snelweg naar Rome”
(2013, Amsterdam)
buigen enkele jonge historici zich over het nut van de
geschiedschrijving. Kun je in dat verleden een systeem ontdekken? Kun je met
dat systeem ook de toekomst voorspellen?

Moderne historici geven aan dat de geschiedenis ons leert dat
je de toekomst juist níet kunt voorspellen. De toekomst is altijd open, die
openheid moeten we ook in het verleden zoeken. Hier is een duidelijk voorbeeld
van te geven uit de Tweede Wereldoorlog. Toen de eerste krijgsgevangenen bij de
Zonhoeve in Neeritter aankwamen in 1940, kon de familie van Neer van de Vin nog
niet vermoeden dat hun boerderij een belangrijke schakel in de pilotenlijn zou
worden. Met deze gedachte blijvend in het achterhoofd kan naar de ontwikkelingen
worden gekeken, iedereen handelde vanuit de situatie op dat moment.

Twee opeenvolgende jaren heeft een werkgroep in Neeritter een
belevingstocht georganiseerd met de middeleeuwen als thema: terug in de tijd
toen Neeritter onderdeel was van de Drie
Eigen
, evenals Kessenich (B) en Thorn, een aantal jaren onder de vlag van
de familie Van Heinsberg. Bij het ontwikkelen van het thema diende zich de vraag
aan: hoe kijk je naar de Middeleeuwen? Janna Coomans schreef hierover een
artikel in bovengenoemd boek. Zij benoemt twee manieren waarop je naar de
Middeleeuwen kunt kijken.

Je kunt die tijd spiegelen aan de onze, met de nadruk op het
wrede, het smerige of het exotische. Een tijd die een romantisch beeld zou
kunnen oproepen: geen industrie, alle ruimte voor de natuur. Een tijd waarin de
intermenselijke verhoudingen klip en klaar waren, een patriarchale samenleving
met de hoofdrollen voor de adel en de kerk. Er zijn veel bekende vertellingen
en games die binnen dit kader spannende en populaire verhalen presenteren. “The Lord of the Rings” door Tolkien of “Games of Thrones” zijn wereldwijd heel gewild
bij het publiek, zij steken in op een middeleeuwse wereld die helemaal vreemd
is aan de onze.

Je kunt ook het verleden benaderen door te kijken naar overeenkomsten.
Hoe was toen het leven van de gewone mensen in hun alledaagse werkelijkheid?
Een van de grote Nederlandse pleitbezorgers voor meer onderzoek naar het
dagelijks leven van de gewone mensen in de Middeleeuwen is Peter Raedts. Hij is
van mening dat in het onderzoek van nu te veel het accent ligt op zaken die
zich afspeelden in de marge van de tijd of binnen kleine extravagante
minderheden.

Kunnen wij ons verbonden voelen met de gewone middeleeuwse
mens die leefde in onze streken? Met zijn emoties, zijn alledaagse
beslommeringen en de zorg voor elkaar? In het thema van de belevingstocht:
verbonden met de kruidenvrouw die haar kennis doorgeeft in de zorg voor het
welzijn van het dorp, met de turfstekers, de wasvrouwen of de boeren? Met de
kinderen, die het nieuws al vooruit snellen? Met de bruine paters, die zich
vasthouden aan de oeroude rituelen en zekerheden van het geloof in hun gezang?
Anderzijds, kunnen we ook de zorg van de adel invoelen om hun aan
familiebezittingen en machtsposities vast te houden of deze zelfs groter te
maken? Om macht en kennis alleen op díe plaats te houden waarvan zij van jongs
af aan hebben geleerd dat ze thuis zouden moeten horen?

Tenslotte dient de vraag zich aan wat het publiek met een
uitbeelding van de Middeleeuwen kan. Wat leren mensen hiervan? Deze vraag kan
de werkgroep natuurlijk niet beantwoorden. In elk geval heeft de belevingstocht
verbondenheid gebracht in de dorpsgemeenschap; een verbondenheid waarvan wij
vermoeden dat die ook in de middeleeuwse samenleving aanwezig en noodzakelijk
was, en door alle acteurs en medewerkers zichtbaar is gemaakt.

De toekomst is open, maar onderlinge verbondenheid kan de
toekomst wél een duwtje in de goede richting geven.



Er zijn geen woorden voor

geschiedenis Posted on 21 Apr, 2016 23:14:28

“Het was herfst 1944. Ik verbleef al verschillende
maanden in Auschwitz. Door de lange marsen in de zon en het eindeloze staan in
de modder waren mijn schoenen totaal versleten. Er was maar één manier om nieuwe
te krijgen: vragen om andere schoenen aan de kampopzichter. Zij zou de volgende
morgen met mij naar de “schoenenopslagplaats” gaan.

De volgende morgen nam ze mij – met nog vier andere
meisjes – mee naar de andere kant van het kamp. Daar lag een enorme berg
schoenen. Sommige van deze schoenen waren meegenomen door pas aangekomen
mensen, meegebracht in hun koffer of aan hun voeten. Hier waren ook schoenen
van mensen die naar de gaskamers waren gestuurd, of mensen die waren
weggestuurd, wie weet waar naartoe.

Er lag niet alleen een berg schoenen, maar ook een
berg brillen, kleren, koffers, en nog veel meer.

De gevangenen die alles moesten sorteren hadden geluk,
zij konden voor zichzelf het beste uitkiezen. De schoenen waren alleen gesorteerd
op maat, niet op kleur of model. Eén linker en één rechterschoen in dezelfde
maat, dat werd als een paar aan elkaar gebonden. Uit deze enorme berg nam ik
een paar schoenen in mijn maat die sterk genoeg leken, en daarmee was ik best
tevreden. Wij waren gewend aan zulke schoenenparen. Je zag zelden een gevangene
met een écht paar schoenen.

De volgende morgen liepen wij zoals gewoonlijk weer
uren lang naar ons werk, vijf meisjes naast elkaar, met daarachter en daarvoor
honderden anderen. Ik keek naar al die marcherende benen. Wat zag ik daar, een
heel eind weg in de rij? De bruine schoen die past bij míjn bruine! Ik werd
helemaal opgewonden, en kon bijna niet wachten tot we op de plaats van
bestemming waren. Toen ik haar uiteindelijk vond, en vroeg om haar bruine
schoen te ruilen tegen mijn zwarte, bleek dat zij ook op zoek was naar het
bruine paar…
Elke morgen als we elkaar zagen maakten we ruzie. “Geef die bruine schoen”. “Nee, geef jíj die bruine schoen maar.” Zonder resultaat.

Na een tijdje zag ik haar niet meer. Wat zou er
gebeurd zijn? Na een week bracht een ander meisje mij de ontbrekende bruine
schoen. De eigenaresse van deze schoen lag in de ziekenbarak. Zij verwachtte
niet dat ze nog beter zou worden, er nog levend uit zou komen. Daarom had ze
besloten om mij de schoen te laten bezorgen, zo had ik tenminste nog een écht
paar schoenen.”

(Dora Sorell, 17 maart 1984).

In de opmars naar de meidagen
is er veel aandacht voor de Tweede Wereldoorlog. Zowel radio als televisie,
internet of kranten, de media staan er vol van. De holocaust is een thema
dat heel veel vragen blijft oproepen. Hoe kunnen mensen zich een voorstelling
maken van de gebeurtenissen in de kampen? Er waren vaak geen woorden
voor om de werkelijkheid te beschrijven, de mensen wilden het niet horen, of ze
geloofden het niet. Schrijvers moesten een manier zoeken om de lezer te
bereiken, zonder dat hij het boek na enkele bladzijden gelezen te hebben aan de
kant schoof. Ieder deed dat op eigen wijze.

Primo Levi schreef als wetenschapper, hij analyseerde
zijn kampervaringen. Elie Wiesel probeerde een antwoord te
krijgen op hoe mensen in beesten konden veranderen, hij wilde begrijpen. Ook
verschenen er gedichten. Paul Celan schreef zijn beroemde
“Todesfuge”.

André Schwartz-Bart brengt je in zijn boek “De
laatste der rechtvaardigen” tot in de ziel van zijn hoofdpersoon. Voor iedereen
bekend is de film van “Schindlers list”, naar een boek van Thomas Kenaelly,
waar het karakter van de hoofdpersoon de rode draad is.

Op 31 maart 2016 overleed Imre
Kertész. Zijn boek “Onbepaald door het lot”, werd verfilmd. Hij geloofde
niet zo zeer in het lot, maar in het feit dat de mens zelf stappen moest
zetten. Eigen keuzes maken hem tot slachtoffer of tot dader. Geza Rohrig
probeerde in 2015 met zijn film “Son of Saul” zo dicht als mogelijk bij de
werkelijkheid te komen.

De verhalen van Dora Sorell, waaronder “A pair of shoes”, brachten mij bij de
altijd weer terugkerende vraag: hoe kun je kinderen vertellen over deze zwarte
bladzijden uit de geschiedenis? Haar verhaal over de
schoenen leert ons daar iets over. Niet de verhalen vol gruwelen en sensatie
moeten we vertellen, maar de verhalen die over de kleine, menselijke dingen
gaan. Als je kunt leren om door deze verhalen heen te kijken, kun je misschien
een glimp opvangen van hoe het geweest moet zijn.

De volgende uitspraak van
Imre Kertész deed veel stof opwaaien: “Wij mensen zijn in staat om alles te
overleven. Zelfs daarginds, bij de schoorstenen van Auschwitz, was er, als de
kwellingen aflieten, iets geweest wat je met geluk zou kunnen vergelijken.” “Iedereen had het
over ontberingen en ‘gruwelen’, maar die kleine gelukservaringen waren het
belangrijkste geweest.”

Op veel verschillende
manieren is er geschreven over de Holocaust, dat geeft ons als lezer de kans om
met allerlei invalshoeken kennis te maken. Zo kunnen we ons beeld verbreden,
ook nu nog. Als eerbetoon aan de mensen die zo hebben geleden, maar ook om meer
grip proberen te krijgen op vragen uit deze tijd.



Help, de pronkboon zit mij achterna

natuur Posted on 07 Apr, 2016 14:42:34

Je zou vreemd opkijken bij die kreet. Kunnen planten achter
je aan zitten? Kunnen planten je vastpakken? En, nu we het er tóch over hebben,
wat kunnen planten nog meer? Daarover vertellen STEFANO MANUSCO en ALESSANDRA
VIOLA in een heel leuk boek.

“Planten hebben toch geen handen en geen voeten?” zul je
roepen, “ze hebben toch geen oren, ogen of een neus?” maar… misschien hebben ze
die ook helemaal niet nodig.

Práten met je planten, daar zweren sommigen bij. Maar planten
hebben toch geen oren? Uit proeven is gebleken dat planten gevoelig zijn voor
geluid. De plantenwortels kunnen geluidstrillingen waarnemen die in de grond
altijd aanwezig zijn. Een soort disco die nooit stopt. Ze kunnen er ook op
reageren: sommige trillingsfrequenties vinden ze aantrekkelijk, daar groeien ze
naartoe, andere frequenties vinden ze maar niks, die ontwijken ze liever.

En dan nu de zonnebloem,
in het Frans le tournesol, die zich altijd in de richting van de zon draait. Net
zoals ook de kamerplant aan het raam zoekt hij het licht op: als je hem niet
regelmatig omdraait groeit hij helemaal in één richting. Hij wil maar één kant
uit: naar het licht! Een plant heeft geen ogen, maar kan wel licht waarnemen. Hij
weet uit welke richting dat komt, én welk licht voor hem het beste is.

Een plant met een neus zoals wij – die zul je niet
tegenkomen. Toch zijn onderzoekers aan de weet gekomen dat planten niet alleen
geuren kunnen máken – dat wist jij ook al lang – maar ook geuren kunnen
waarnemen. Geuren zijn chemische stofjes die de lucht in worden gestuurd.
Planten maken geuren om insecten naar hun bloemen te lokken, maar ook om
planteneters af te schrikken: bah wat vies…. Planten die last hebben van stress
kunnen dat laten weten: “Met mij gaat het niet zo goed…” Ze maken een stofje
dat ongedierte verjaagt, of zelfs vergiftigt.

Ook hebben planten cellen die geuren kunnen waarnemen, kunnen
“ruiken” .

Plantenwortels zijn kleine wondertjes. Worteltopjes proeven
waar de voedzaamste stoffen in de bodem zitten. Daar gaan dan héél veel wortels
groeien, zodat de plant groot en sterk wordt. Voelen de worteltopjes een
hindernis in de grond, dan vinden ze feilloos een betere weg. Maar niet alleen
de wortels van een plant hebben gevoel.

Ken je het kruidje-roer-me-niet?
De naam zegt het al: “raak me niet aan”. Wat gebeurt er als je het tóch doet? In
de bladeren van het kruidjeroermeniet zitten celletjes die voelen als ze
worden aangeraakt. Floep, de blaadjes klappen onmiddellijk in elkaar. Wat wil
de plant daarmee vertellen? “Ik ben helemaal niet lekker…”, of: “Pas op, ik ben
giftig hoor!” Het wonderlijke
is dat het plantje de blaadjes alleen maar in elkaar klapt als er een gevaar
dreigt. Als ze worden aangeraakt door de regen of de wind laat het kruidjeroermeniet zich niet foppen, dan doen de
blaadjes helemaal niets.

Het kan nog spannender! De zonnedauw heeft kleine insectenvalletjes, waar heerlijk zoete
druppels op zitten. Als een argeloze vlieg daarvan wil snoepen, klapt het
valletje dicht en wordt door de plant verteerd.

En dan nu de pronkbonen.
Zij hebben kleine “armpjes”. Alles wat ze tegenkomen grijpen ze vast, en zo
werken ze zich al groeiend de hoogte in, zonder een stam nodig te hebben. Dit
noemen we klimplanten.

Zo, nu weten we dat planten ook intelligent kunnen zijn. Dat
ze kunnen zien, horen of voelen, maar dan op een heel andere manier dan wij dat
doen. En dat gebeurt ook op heel andere plekken: onze ogen, oren, mond en neus
zitten dicht bij elkaar in het hoofd, maar de celletjes waarmee planten licht
of geluid kunnen waarnemen, of een aanraking kunnen voelen, zijn overal in de
plant: in de bladeren en de bloemen, in de stengel of de wortelcellen. Als een
dier er een hapje uit neemt, is dat helemaal niet zo erg.

Heb je een plant in jouw kamer, of misschien wel een eigen
tuintje, dan weet je nu dat deze planten véél meer kunnen dan je had gedacht.



Mwah, geschiedenisles

geschiedenis Posted on 21 Mar, 2016 23:57:56

MWAH, GESCHIEDENISLES…

Een vaak gehoorde
verzuchting van leerlingen. Hier ligt een uitdaging, nietwaar?

Het geschiedenisonderwijs
is volop in het nieuws. Het eindrapport van de commissie-Schnabel – “Onderwijs
2032” – roept de vraag op: moet
geschiedenis als schoolvak blijven?

De commissie pleit ervoor
om het vak geschiedenis onder te brengen in één van de drie beoogde
kennisdomeinen, “mens en maatschappij”. Dan zullen de lessen over geschiedenis gaan
als het nuttig is om hedendaagse thema’s te verklaren.

Er zijn veel reacties te
lezen van voorstanders van apart geschiedenisonderwijs, o.a. van Maria Grever in Trouw van 11 maart jl.
en Ton van der Schans in De
Volkskrant en het Reformatorisch Dagblad
van 15 maart. Beiden zien dit advies als iets wat de vakdocenten niet
willen en de leerlingen geen voordeel zal opleveren. In het kort enkele
gedachten hieruit.

Geschiedenis gaat altijd
over mensen. Verhalen uit het verleden kunnen verwondering, verbazing, maar ook
boosheid en ergernis oproepen. Wie bezig is met het verleden, moet open staan
voor andere mensen en vreemde culturen uit andere tijden. Dan is het belangrijk
om een andere bril op te zetten: hoe kunnen we mensen van vroeger niet beoordelen,
maar leren begrijpen. Leren kijken door de ogen van een ander. Wie dat kan, kan
ook kijken naar zichzelf, en ontwikkelt daarmee zijn eigen persoonlijkheid.

Mensen en volken zijn
gevormd door gebeurtenissen en ontwikkelingen in het verleden. Mensen hebben
keuzes gemaakt, hebben dingen gedaan die gevolgen hadden voor de toekomst. Sommige
dingen bleven hetzelfde, sommige veranderden. Door dit te leren zien,
ontwikkelt de leerling historisch besef.

Is het verleden een
confrontatie met een “vreemd land”, dan moet er worden geleerd om dat te
verkennen en te begrijpen. Er kan op allerlei verschillende manieren naar
gekeken worden, vanuit allerlei hoeken: politieke, sociale, economische of
godsdienstige. Belangrijk is om te leren zien vanuit welke hoek een eigen standpunt komt.

Om je te kunnen oriënteren
in het verleden is er een ruggengraat nodig: kennis van verschillende tijdvakken waarin mensen,
gebeurtenissen en voorwerpen geplaatst kunnen worden.

De commissie stelt dat
leerlingen “kennis van de wereld” nodig hebben, om die wereld beter te leren
begrijpen. Maria Grever: “Zonder
geschiedenislessen zullen ze blind door de wereld varen.”

Dan nu de uitdaging: hoe
kun je leerlingen bezig laten zijn met het verleden op een manier die hen
boeit?



ONTGROENING

zorg voor de omgeving Posted on 09 Mar, 2016 16:50:45

In de dorpen van Leudal vindt een stille revolutie plaats. Gretig slokt een hakselaar takken en twijgen – die de blad- en bloemknoppen nét klaar hadden voor het nieuwe seizoen – op.

Geld verslindend groen maakt plaats voor… ja, voor wat, eigenlijk?

Gelukkig zijn de gemeentegrenzen dichtbij. Laten we de vogels een visum geven voor het buitenland en hommels en bijen een werkvergunning voor een aanpalende gemeente.

Ach, het is maar voor drie jaar, aldus de gemeente, daarna kunnen we het groenonderhoud weer zelf betalen.



WERK AAN DE WINKEL!

natuur Posted on 05 Mar, 2016 15:04:56

Op 22 februari 2016 werkten leerlingen van basisschool ICARUS uit Kessenich samen met de mensen van Natuurpunt in het Vijverbroek. Ploeteren in de modder onder een stralend zonnetje.

smiley



Next »