Blog Image

Edumare

DRAAI DE VERREKIJKER OOK EENS OM

Kijk je door een verrekijker dan zie je alles dichterbij.
Dat is leuk.
Maar draai daarna de verrekijker ook eens om, zodat je alles van veraf nóg eens kunt bekijken, maar dan nét een beetje anders.

HELP! EEN MOEDER IN HET KOREN…

natuur Posted on 27 May, 2018 15:33:19

MOEDERKOREN

Op een Assyrisch kleitablet – zo’n 3000 jaar oud, werd
geschreven over slachtoffers die ledematen verloren, de meest verschrikkelijke
hallucinaties kregen of krankzinnig werden. Zwangere vrouwen kregen miskramen
en veel mensen stierven.

In heel Europa, 1000 jaar geleden, sprak men van een
epidemie. Alleen al in Parijs werd een aantal genoemd van
40.000 slachtoffers, allemaal vergelijkbaar met de bovenstaande
symptomen.

Zelfs nog in 1951 vielen in Frankrijk 7 doden, werden 50
mensen opgenomen in een psychiatrische kliniek en moesten 250 mensen worden
behandeld, omdat één boer, één molenaar en één bakker niet goed had opgelet.

Wat was hier toch aan de hand? Wel, al die mensen hadden
roggebrood gegeten, waarvan het meel besmet was met moederkoren. Dit was geen graan, of koren, maar de
levensgevaarlijke schimmel Claviceps purpurea, die vooral van rogge houdt.
Deze schimmel maakt zeer giftige stofjes aan. De molenaar kan het nauwelijks
zien, want de schimmel maakt een zwammetje, dat precies lijkt op een
graankorrel. Het zijn zwarte uitsteekseltjes in de korenaar. Deze schimmel
maakt zeer giftige stofjes aan, enkele grammen al hebben grote gevolgen.

Tegenwoordig komt moederkoren niet veel meer voor. In de
landbouw worden de schimmels met chemische middelen bestreden. De biologische
rogge wordt goed geschoond en er wordt ook gekozen voor soorten die minder
gevoelig zijn voor deze schimmel.

Willy Moors, Schouwsmolen Ittervoort.



NACHTELIJK VERKEER IN HET VIJVERBROEK

natuur Posted on 20 Dec, 2016 19:51:13

In de nachtelijke uren is het
druk in het Vijverbroek. Niet dat het mijn gewoonte is daar ’s nachts rond te
dolen, maar er zijn allerlei individuen die, zonder het zelf in de gaten te
hebben, hun sporen achterlaten.

In het natte maisveld, waar de
ploeg nog niet is geweest, staan de pootafdrukken van het wilde zwijn. Even
dacht ik dat er een wezen met vier tenen had gelopen, maar daar kwam een
verklaring voor. Het zwijn drukt zijn achterpoten precies op de plek van de voorpoten
bij de vorige stap, dat betekent minder risico bij een zachte ondergrond. Een
volwassen dier kan toch al gauw 150 kg wegen.

Mocht er nog twijfel zijn over
de vermeende aanwezigheid, de poep, in de vorm van aan elkaar geregen zwarte
schijfjes, bevestigt hun nachtelijke tocht.

Over poep gesproken, in
hetzelfde veld verraden ronde keuteltjes de konijnen. Zij waren hier vast om de
zon op te zien komen.

Afgekloven stammen, in de vorm
van een potlood, zorgvuldig geschild met twee messcherpe voortanden… juist, de
bever. Hij heeft de afgelopen nacht weer
hard gewerkt om een geul in zijn dam te dichten met hout en modder. De natte
klei blinkt in het licht dat door de bomen valt. Het vellen van een grote boom
is voor hem een koud kunstje. In het bos komen hierdoor open plekken, waar weer
andere planten kunnen groeien, en zich andere dieren kunnen vestigen. Goed voor
de soortenrijkdom.

De bever is een knappe architect,
de veel geroemde Nederlandse deltawerken verbleken bij zijn kunstige burcht. Hij
bouwt in zijn burcht een natte en een droge kamer. In de natte kamer leert hij
de jongen zwemmen, veilig voor roofvissen zoals de snoek. Ook schudt hij er
zijn vacht uit, voor hij de droge nestkamer betreedt. De ingang van de burcht
is onder water. In het moeras zijn de wissels duidelijk te zien, een soort
paadjes waar hij in of uit het water komt. Verse sporen vertellen dat hij er
pas nog is geweest.

Een bever sjouwt de hele nacht
rond op zoek naar voedsel: twijgen en boomschors in de winter, ’s zomers kruiden, planten en scheuten
van jonge waterplanten. Voor de winter legt hij een voorraadje takken aan,
dicht bij de ingang van de burcht. Hem kan niets gebeuren. Nou ja, niets, dat
is een beetje veel gezegd. De komst van een andere mannetjesbever kan ontaarden
in een gevecht op leven en dood.

De tocht gaat verder. Sporen van
het ree, smal, gezet met fijngebouwde teentjes, met ook de keuteltjes her der,
laten zien dat ook zij van de partij zijn geweest. Kieskeurig als ze zijn,
zullen ze lekker aan de door hen zorgvuldig uitgekozen blaadjes of kruiden
hebben geknabbeld.

Voetsporen van het everzwijn
leiden naar een afdak van takken en struweel. Tussen de stammen is de plek te
zien waar een everzwijn tegen een ontblote boomwortel aanschurkt, niet één
keer, maar telkens weer. Het hout is erdoor gepolijst.

Je kunt de zwijnen heel
goed ruiken, een typische geur van gerookte hesp hangt boven de omgewoelde
grond. Hier is het blijkbaar goed modderbaden.

Dan pas zie ik het aangrenzende
weiland: omgeploegd door zwijnensnuiten, op zoek naar… ja, naar alles,
eigenlijk. Ze eten zaden, knollen, gewassen. Maar ook kevers, wormen of kleine
dieren. Ze woelen de grond om, op deze plekken krijgen plantenzaden weer een
kans om te gaan groeien.

De vele sporen verraden de aanwezigheid
van allerlei dieren in de afgelopen nacht of ochtendschemering.

Dit was het thema van een
wandeling die werd georganiseerd door Natuurpunt. Een woord van dank aan Jos de
la Haye, maar ook aan alle anderen die
hun kennis met ons wilden delen.



Help, de pronkboon zit mij achterna

natuur Posted on 07 Apr, 2016 14:42:34

Je zou vreemd opkijken bij die kreet. Kunnen planten achter
je aan zitten? Kunnen planten je vastpakken? En, nu we het er tóch over hebben,
wat kunnen planten nog meer? Daarover vertellen STEFANO MANUSCO en ALESSANDRA
VIOLA in een heel leuk boek.

“Planten hebben toch geen handen en geen voeten?” zul je
roepen, “ze hebben toch geen oren, ogen of een neus?” maar… misschien hebben ze
die ook helemaal niet nodig.

Práten met je planten, daar zweren sommigen bij. Maar planten
hebben toch geen oren? Uit proeven is gebleken dat planten gevoelig zijn voor
geluid. De plantenwortels kunnen geluidstrillingen waarnemen die in de grond
altijd aanwezig zijn. Een soort disco die nooit stopt. Ze kunnen er ook op
reageren: sommige trillingsfrequenties vinden ze aantrekkelijk, daar groeien ze
naartoe, andere frequenties vinden ze maar niks, die ontwijken ze liever.

En dan nu de zonnebloem,
in het Frans le tournesol, die zich altijd in de richting van de zon draait. Net
zoals ook de kamerplant aan het raam zoekt hij het licht op: als je hem niet
regelmatig omdraait groeit hij helemaal in één richting. Hij wil maar één kant
uit: naar het licht! Een plant heeft geen ogen, maar kan wel licht waarnemen. Hij
weet uit welke richting dat komt, én welk licht voor hem het beste is.

Een plant met een neus zoals wij – die zul je niet
tegenkomen. Toch zijn onderzoekers aan de weet gekomen dat planten niet alleen
geuren kunnen máken – dat wist jij ook al lang – maar ook geuren kunnen
waarnemen. Geuren zijn chemische stofjes die de lucht in worden gestuurd.
Planten maken geuren om insecten naar hun bloemen te lokken, maar ook om
planteneters af te schrikken: bah wat vies…. Planten die last hebben van stress
kunnen dat laten weten: “Met mij gaat het niet zo goed…” Ze maken een stofje
dat ongedierte verjaagt, of zelfs vergiftigt.

Ook hebben planten cellen die geuren kunnen waarnemen, kunnen
“ruiken” .

Plantenwortels zijn kleine wondertjes. Worteltopjes proeven
waar de voedzaamste stoffen in de bodem zitten. Daar gaan dan héél veel wortels
groeien, zodat de plant groot en sterk wordt. Voelen de worteltopjes een
hindernis in de grond, dan vinden ze feilloos een betere weg. Maar niet alleen
de wortels van een plant hebben gevoel.

Ken je het kruidje-roer-me-niet?
De naam zegt het al: “raak me niet aan”. Wat gebeurt er als je het tóch doet? In
de bladeren van het kruidjeroermeniet zitten celletjes die voelen als ze
worden aangeraakt. Floep, de blaadjes klappen onmiddellijk in elkaar. Wat wil
de plant daarmee vertellen? “Ik ben helemaal niet lekker…”, of: “Pas op, ik ben
giftig hoor!” Het wonderlijke
is dat het plantje de blaadjes alleen maar in elkaar klapt als er een gevaar
dreigt. Als ze worden aangeraakt door de regen of de wind laat het kruidjeroermeniet zich niet foppen, dan doen de
blaadjes helemaal niets.

Het kan nog spannender! De zonnedauw heeft kleine insectenvalletjes, waar heerlijk zoete
druppels op zitten. Als een argeloze vlieg daarvan wil snoepen, klapt het
valletje dicht en wordt door de plant verteerd.

En dan nu de pronkbonen.
Zij hebben kleine “armpjes”. Alles wat ze tegenkomen grijpen ze vast, en zo
werken ze zich al groeiend de hoogte in, zonder een stam nodig te hebben. Dit
noemen we klimplanten.

Zo, nu weten we dat planten ook intelligent kunnen zijn. Dat
ze kunnen zien, horen of voelen, maar dan op een heel andere manier dan wij dat
doen. En dat gebeurt ook op heel andere plekken: onze ogen, oren, mond en neus
zitten dicht bij elkaar in het hoofd, maar de celletjes waarmee planten licht
of geluid kunnen waarnemen, of een aanraking kunnen voelen, zijn overal in de
plant: in de bladeren en de bloemen, in de stengel of de wortelcellen. Als een
dier er een hapje uit neemt, is dat helemaal niet zo erg.

Heb je een plant in jouw kamer, of misschien wel een eigen
tuintje, dan weet je nu dat deze planten véél meer kunnen dan je had gedacht.



WERK AAN DE WINKEL!

natuur Posted on 05 Mar, 2016 15:04:56

Op 22 februari 2016 werkten leerlingen van basisschool ICARUS uit Kessenich samen met de mensen van Natuurpunt in het Vijverbroek. Ploeteren in de modder onder een stralend zonnetje.

smiley